Lodewijk Meeter

Lodewijk Meeter

Wie aan “it Doarp Huzum” denkt, denkt aan Pake Loadewyk. Sinds het ontstaan van de SKS-kampioenschappen is Lodewijk Meeter onlosmakelijk verbonden geweest met het skûtsjesilen. Vanaf 1947 tot 1988 is hij schipper geweest en heeft hij altijd een actieve rol binnen de skûtsjewereld ingenomen.

Start van het skûtsjesilen

Toen de Tweede Wereldoorlog op zijn einde liep, was al snel duidelijk dat een door de wind voortgestuwd vrachtschip geen lang leven meer zou kennen. Voor het behoud van deze prachtschepen en het wedstrijdzeilen ermee, wordt in 1945 de Vereeniging van Skûtsjecommissies in Friesland opgericht. De naam wordt in 1946 gewijzigd in Sintrale Kommisje Skûtsjesilen (SKS). In 1947 koopt Pake Loadewyk, tot dan bemanningslid, het skûtsje “Drie Gebroeders” en geeft het de naam “Noord-Friesland”. En hoewel hij vrachtschipper is, is dit schip daar niet voor bedoeld. Deze aankoop is naast bewoning speciaal bedoeld voor het wedstrijdzeilen. Vanaf dat moment is hij schipper binnen de SKS-vloot en mist hij tot zijn pensioen geen enkele wedstrijd.

Voortbestaan van de SKS

Begin jaren 50 lijkt het over en uit met het skûtsjesilen. Veel schippers gaan voor schaalvergroting en laten motoren inbouwen of kiezen voor werk aan de wal. De resterende beroepschippers vrezen voor hun baan wanneer ze blijven wedstrijdzeilen. Het wordt te duur om de skûtsjes enkel voor de hobby varende te houden. Dit leidt tot het dieptepunt in 1953, toen er nog drie skûtsjes deel zouden nemen, waaronder Lodewijk Meeter. Hij en zijn broer Eildert doen er alles aan om schippers over te halen mee te doen. Gezamenlijk helpen de gebroeders vrijwillig met het verven, teren en opknappen van de skûtsjes, zodat deze wedstrijd klaar zijn. Ze zetten zich zelfs in bij het laden en lossen, zodat de schippers tijdig vrij zijn voor de wedstrijden, en stellen materiaal beschikbaar. Het resultaat; ze kunnen van start gaan met vier deelnemende schepen. Halverwege het kampioenschap haakt Klaas van de Meulen met zijn “Twee Gebroeders” (huidige skûtsje “De Takomst”) als vijfde deelnemer aan en het voortbestaan lijkt gered.

Zware tijden

Maar hoewel Lodewijk de anderen helpt, heeft hij zelf ook een gezin te onderhouden. En dat valt niet mee. Met vrouw Hânskje en de kinderen Wietske, Eildert, Hidzer, Eildert-Klaas en Jappie wordt hard gewerkt op hun eigen Jachtwerf “De Frosk” aan de uitmonding van de Oude Potmarge op de Wijde Greuns op de Froskepôlle in Huizum. Maar er moet gezeild worden “As ik net mear sile kin, kin ik krekt sa goed dea.” Gezien de financieel zware tijden verkoopt hij noodgedwongen het schip in 1959. De Friese Aannemers Sociëteit (FAS) wordt eigenaar van de “Noord-Friesland”, en Lodewijk kan als zetschipper blijven fungeren.

Een echte Huzumer

In 1968 vindt Lodewijk het weer tijd om zelf zeggenschap over een skûtsje te hebben. Hij koopt in Harlingen een casco, gebouwd bij De Roos en Van der Meijden in Leeuwarden, en bouwt dit met zijn oudste zoon Eildert volledig op tot een wedstrijdschip. Dit kan hij zelf met de familie en vrijwilligers doen op zijn eigen Jachtwerf. Het resultaat is uiteindelijk het skûtsje “it Doarp Huzum”.

Om het schip vervolgens wedstrijd klaar te maken is meer financiële steun nodig. Hiervoor richt hij een ‘Vriendenclub’ op. Café Tivoli aan de Huizumerlaan wordt omgedoopt tot het ‘clubhuis’. Hier zit Pake Loadewyk geregeld aan het hoofd van de stamtafel. Gewapend met passie, enthousiasme en sterke verhalen weet hij mensen en de Huzumer middenstand te interesseren en enthousiasmeren voor het skûtsjesilen. De rest is geschiedenis en kenmerkt hiermee het ontstaan van onze ‘Stichting Vriendenclub Huzumer Skûtsje’.

Pake Loadewyk verkoopt het skûtsje voor een symbolisch bedrag van één gulden aan de stichting, hij kiest zijn initialen “LM” als zeilteken en laat in de akte van de stichting vastleggen wie de opvolgers als schipper mogen zijn. Het schipperschap moet overgaan naar de oudste zoon van de scheidende schipper. In 2009 wordt dit aangepast, zodat alleen de kinderen van zijn nageslacht aan het helmhout mogen staan.

Met “it Doarp Huzum” weet Lodewijk tweemaal kampioen te worden; in 1970 en 1971. Hij blijft tot 1988 meedoen om de prijzen, maar dan is het welletjes geweest. Pake Loadewyk gaat met pensioen. Het helmhout wordt overgedragen aan zoon Eildert. Hij kan het zeilteken veranderen maar doet dit niet. “Dat feroarje wy net. Bist raar, dat is én in stikje tradysje én in plúmke op de pet fan ús heit”. Ook Lodewijk zijn kleinzonen Lodewijk Ezn en Eildert Kzn Meeter veranderen het niet in hun jaren als schipper. En zo zeilen we als Huzumers traditiegetrouw nog altijd met LM in het zeil.

Onderscheidingen

Pake Loadewyk’s inzet en liefde voor de sport gaat niet ongezien voorbij. Voor bewezen diensten wordt hij benoemd tot erelid van de SKS en wordt ereburger van de gemeente Leeuwarden. Als laatste bekroning krijgt hij in 1988 de zilveren eremedaille in de Orde van Oranje-Nassau, nadat hij in 1971 al tot Ridder was uitgeroepen.
Op 1 november 2006 overlijd Pake Loadewyk op 91-jarige leeftijd.

Scroll naar boven